Mijn hoed die heeft vier deuken
[Arch. nr. L1361-01]



1
mijn hoed die heeft vier deuken
vier deuken heeft mijn hoed
en had hij niet vier deuken
dan was het niet mijn hoed

Eerst wordt het lied helemaal gezongen. Daarna wordt telkens een woord weggelaten. Op de plaats van het weggelaten woord maakt men dan een pauze; men zingt het woord enkel in gedachte. Het lied gaan dan verder als volgt:

2
mijn hoed die heeft vier -----
vier ----- heeft mijn hoed
en had hij niet vier -----
dan was het niet mijn hoed

3
mijn hoed die heeft ----- -----
----- ----- heeft mijn hoed
en had hij niet ----- -----
dan was het niet mijn hoed

4
mijn hoed die ----- ----- -----
----- ----- ----- mijn hoed
en had hij niet ----- -----
dan was het niet mijn hoed

5
mijn hoed ----- ----- ----- -----
----- ----- ----- mijn -----
en had hij niet ----- -----
dan was het niet mijn hoed

6
mijn ----- ----- ----- ----- -----
----- ----- ----- mijn -----
en had hij niet ----- -----
dan was het niet mijn -----

enz.

Wie een weg te laten woord toch zingt moet bijvoorbeeld een pand betalen.

Opname: Wijchen, Godefridus van Zandvliet, november 1983

Gezelschapslied

Voor aanvullingen, aan- of opmerkingen info@volksliedarchief.nl
© Harrie Franken Liedarchief Weebosch-Bergeijk