Zachtjes klinkt het avondklokje

2
achter in het stille klooster
zusters in hun witte dracht
|: ziij verplegen daar de lijders
die gewond zijn aangebracht :|
3
beide deuren staan wijd open
en een zuster treedt erin
|: met een jong'ling in haar armen
die nooit weer ten strijde ging :|
4
beide benen afgeschoten
en daarbij zijn rechterhand
|: want hij had zo trouw gestreden
voor zijn dierbaar vaderland :|
5
achter in het stille klooster
klopt een armen moeder aan
|: ligt mijn zoon hier zwaar gewond soms
gaarne zou ik tot hem gaan :|
6
arme moeder, sprak de zuster
uwen zoon hij leeft niet meer
|: al zijn lijden is geleden
hij stierf voor zijn land en eer :|
7
in de kamer aangekomen
nam zij het witte doodskleed af
|: en in tranen stort zij neder
delf voor hem en mij een graf :|
8
op het kerkhof ligt begraven
ene moeder en haar zoon
|: en nu strijden zij voor eeuwig
ja voor eeuwig voor gods troon :|