1980
| 1981 | 1982 | 1983
| 1984 | 1985 | 1986
| 1987 | 1988 | 1989
| 1990 | 1991
Het feest van Driekoningen valt op 6 januari, maar als deze datum niet op zondag
viel trokken de Kempische Koningen rond op de zondag die er het dichtst bij
lag. Men opteerde voor de zondag omdat men op die dag de meeste sympathiserenden
kon bereiken, aanvankelijk bij de uitgang van de kerken, later in de kerken
tijdens de Heilige Missen. Bovendien vonden er dan in diverse lokaliteiten evenementen
plaats die veel volk op de been brachten.
De tochten werden zorgvuldig voorbereid. Men moest op de hoogte zijn van de
plaatsen en de tijdstippen, alsmede hoeveel tijd het vergde om van de ene plaats
naar de andere te komen. Er was een aantal vaste pleisterplaatsen waar gul de
honger werd gestild en de dorst gelaafd, met als hoogtepunt een Bourgondische
maaltijd in Bladel bij Piet en Rosa van der Heijden, de hoge beschermers van
de tochtgenoten. Hier werd ook de eerste telling van de opbrengst verricht onder
het wakend oog van Cor, die niet alleen als een volleerde collectante rondging
met haar mandje, maar ook de algehele fananciële verantwoordelijkheid op
zich nam.
Door deze opzet konden tijdens een lange, lange tocht (van 7 tot 23 uur...)
kriskras door de Kempen heel veel plaatsen worden aangedaan. De route wisselde
van jaar tot jaar. Navolgende plaatsen (het zijn er 30) werden in de loop der
jaren minstens één keer aangedaan.
Arendonk, Baarschot, Bergeijk, Bladel, Borkel en Schaft, Casteren, Diessen,
Duizel, Dommelen, Eersel, Esbeek, Hapert, Hilvarenbeek, Hooge en Lage Mierde,
Hoogeloon, Hulsel, Knegsel, Luijksgestel, Middelbeers, Netersel, Oerle, Postel,
Reusel, Riethoven, Steensel, Valkenswaard, Veldhoven, Vessem, Westerhoven, Zandoerle.
1980
De eerste tocht begint in Bergeijk met het lied 'Drij koningen uit Kempenland'.
Er gaat veel publiciteit aan vooraf in de schrijvende pers, door Omroep Brabant
en verscheidene lokale omroepen, o.a. Goirle.
De opbrengst is voor pater Leo van Kalmthout die werkzaam is op de Filippijnen.
Koningskinderen uit Lage Mierde overhandigen hun opgehaalde geld aan hun oudere
collega's. De pastoor van Esbeek schudt de opbrengst van de kerkcollecte in
d'n bedelzak.
1981
Voor pater Albert van der Heijden uit Duizel, werkzaam op Flores, wordt een
fraai bedrag bij elkaar gezongen met het lied 'Het kiendje op de heide'. De
tocht eindigt in Duizel in een groot feest.
1982
Er worden zelfs twee nieuwe liederen geschreven, het 'Sterrelied' en 'Op zoek
naar het Kind van de Vrede'. Albert van Dikkelen uit Valkenswaard wordt gesteund
voor zijn landbouwproject in Rwanda. Er werden kruiwagens gekocht. Tijdens de
slotavond in Carolus worden liederen geveild, gezongen door Gerard en Leen.
1983
Broeder Falco (Piet Michiels uit Netersel) die in Téfé (Brazilië)
aan een project voor analfabeten werkt, krijgt van de Kempische Koningen de
helpende hand. Heel Nederland hoort 'De Ballade van de drie rovers' via de t.v.-uitzending
in 'Van gewest tot gewest' op 5 januari. De opnamen vonden plaats in Hilvarenbeek
bij de kerk en in 'De Zwaan'.
1984
Alweer een nieuw lied: 'Drie koningen in de Kempen'. Nu wordt gezongen voor
Jacques (Tiago) Roothans uit Riethoven. Hij werkt voor uitzichtloze jongeren
in Ceilandia, een voorstad van Brasilia. Ondanks het slechte weer was de opbrengst
aanzienlijk, mede dankzij de pastoor van Esbeek, die traditiegetrouw een extra
schaal in de kerk deed rondgaan en de Driekoningenzangertjes uit Westerhoven.
1985
Zuster Redempta (Miet Hesselmans uit Esbeek) werkt onder de melaatsen in Indonesië.
De opbrengst is ook nu weer aanzienlijk, ondanks het barre weer. Het sneeuwt
zonder ophouden en het is ijzig koud. In Luijksgestel wordt niettemin buiten
gezongen, op de kiosk. Er zijn drie toehoorders, die hun toevlucht vonden in
een nabijgelegen telefooncel. Dit jaar is er geen nieuw lied.
1986
Er is weer een nieuw lied: 'Een nieuw koningslied'. Ook nu heersen pooltemperaturen.
In Valkenswaard is de kerststal op de markt door de sneeuwjachten nauwelijks
te zien. Toch komt pater Lodewijks uit Stratum, die in de krottenwijken van
Contagem (Brazilië) werkt, goed aan zijn trekken. Mede dankzij een t.v.-optreden
in de Utrechtse Domtoren in het programma 'Tussen hemel en aarde'. Milou van
Sprang interviewt de Koningen. Helaas moet Koning Balthasar (Wies) ontbreken.
Hij heeft een been gebroken. Jan N. probeert hem waardig te remplaceren. De
t.v.-uitzending levert diverse reacties en giften van 'boven de rivieren'.
1987
De oude liederen worden herhaald. De eindplechtigheid vindt plaats in Vessem,
want zuster Tonny van Ham komt daar vandaan. Zij probeert in Pessoa (Brazilië)
de doodarme suikerrietarbeiders bewust te maken van hun rechten.
1988
De oude liederen doen het nog steeds goed. Piet Wouters, zoon van een Hoogemierdse
boer, is een fervent aanhanger van de bevrijdingstheologie. In zijn parochie
van 50.000 zielen in Sao Paulo brengt hij die in praktijk. In zaal 'De Bijenkorf'
in Hooge-Mierde wordt de tocht afgesloten.
1989
Een nieuw bedellieke, getiteld 'Drie koningen' galmt door de Kempen. Nu ter
ondersteuning van Pater Frank Willemse uit Bladel, die werkt in de sloppenwijken
van (alweer) de Braziliaanse stad Rio de Janeiro. Hij kan een fors bedrag besteden
aan een project voor de jeugd.
1990
In de oude kerk van Bergeijk wordt in grote stijl koffie met driekoningentaart.
Laat in de avond van 7 januari kan pater Harrie van Hoof uit Netersel een zak
geld in ontvangst nemen die hij nauwelijks kan torsen. Op een bierviltje noteert
Cor een record bedrag. Het geld is bestemd voor een project in Tanzania. Omroep
Brabant zendt op 5 januari een uitvoerige reportage uit van de tocht met o.a.
het nieuwe lied over de Driekoningen die bereid waren als lastdieren het lot
der armen te verlichten. Op 8 januari wordt voor dezelfde zender nagepraat over
het opmerkelijke resultaat. Piet Smolders van het Planetarium in Artis publiceert
een foto van de Kempische Koningen in zijn 'Sterreeks'.
Geïnspireerd door het Kempische voorbeeld zingt en speelt een groep in
Oosterhout 'De Ballade van de drie rovers'. Men hoopt daar op een blijvend fenomeen.
1991
Op 28 december 1990 richt Wies zich met navolgend schrijven tot de pastoors
in de Kempen.
'Elf jaar trokken wij als Kempische Driekoningen met ster en muziek doorheen
de Kempen om ons driekoningenlied te zingen. Daarbij waren we tenminste een
keer, maar vaak vele malen in uw kerk te gast. De opbrengst van onze tocht was
altijd bestemd voor een streekgenoot die vaak onder zeer moeilijke omstandigheden
ergens op de wereld onder de allerarmsten werkzaam was. Zo zongen we voor missionarissen
in de Filippijnen, Indonesië, Afrika en Brazilië.
Op 6 januari zouden we voor de 12e keer rondtrekken. De opbrengst zou bestemd
zijn voor pater Harry van Kleijnenbreugel uit Hiivarenbeek, die op Borneo werkzaam
is. Naast zijn pastorale werk runt hij ook een coöperatie van rubbertappers
waar een honderdtal gezinnen van moet leven.
Helaas moeten we onze 12e driekoningentocht opschorten. Op 15 november overleed
Jan van der Heijden uit Netersel. Jan was in ons gezelschap de grijze koning
Melchior, de koning met de ster. Daarnaast had hij een groot aandeel in de organisatie
van onze tocht.
U zult begrijpen dat de verslagenheid in onze groep zeer groot is. Jan was voor
ons allen een zeer dierbare vriend. Daarom hebben we besloten om onze 12e driekoningentocht
voor een jaar uit te stellen. We hopen in 1992 weer terug te komen en verwachten
dat we dan ook in uw kerk weer welkom zijn'.
Helaas kon deze hoop niet
in vervulling gaan.